Conferentie huurwoningen

Naar een stad in balans

 Op 15 november 2019 organiseerde de HVOB een conferentie onder het motto: “Op weg naar voldoende huurwoningen”.

De conferentie kan geslaagd genoemd worden. In die zin dat de opkomst voldeed aan de verwachtingen en alle aspecten van het thema van de conferentie uitvoerig en diepgaand aan de orde kwamen.

Het doel van de conferentie was tweeledig:
  • Mensen bewust maken van de noodzaak van de bouw van voldoende huurwoningen op lange termijn.
  • Een start te maken met, een voorzet te geven voor de discussie over de door de gemeente op te stellen nieuwe Woonvisie.

De conferentie werd geopend door wethouder Janneke Sparreboom. Gedeputeerde Jop Fackeldeij fungeerde als dagvoorzitter.

Inleidingen

De inleidingen werden verzorgd door:

  • Martine Visser, directeur bestuurder Centrada
  • Paul van der Heijden, Lokaal FNV Lelystad
  • Barry Porsius, directeur City marketing Lelystad

Martine Visser hield een pleidooi voor een groeiscenario: 1000 woningen per jaar erbij. Dat  geeft meer draagvlak voor voorzieningen en brengt meer dynamiek in de stad.

Haar betoog ging verder vooral in op de navolgende thema’s:

  • De ontwikkeling van de oude wijken
  • Woningen voor Lelystadse werkers
  • Levensfasebeleid
Uiteindelijk vatte zij haar betoog samen in een drietal stellingen:

Oudere wijken

Lelystad kan alleen evenwichtig groeien als in bestaande wijken uit de jaren ’70 en ’80 met veel eengezinswoningen, meer doelgroepgerichte (huur)woningen worden toegevoegd voor nieuwe groepen, met name senioren en middeninkomens (met een inkomen van circa € 25000 – €55 000). Tegelijk moet in deze wijken fors ingezet worden op het terugdringen van woonoverlast en verloedering.

 Woningen voor Lelystadse werkers

Lelystad kan zijn kansen om te groeien beter verzilveren door actief (koop- en huur) woningen aan te bieden aan mensen die al in Lelystad werken of komen werken, waaronder ook tijdelijke huurwoningen.

 Levensfasebeleid

De meeste kopers zijn ooit huurders geweest of worden ooit weer huurders. Kopen of huren heeft alles te maken met de levensfase en dus moeten we in Lelystad meer huurwoningen in de sociale en middenhuur bieden om uiteindelijk ook meer koopwoningen te verkopen.

Paul van der Heijden legde de nadruk op een drietal thema’s:

  • Er zijn te weinig betaalbare huurwoningen
  • De rol van de corporaties
  • Bouwen is een aanjager voor de economie

Huurwoningen

Het gebrek aan huurwoningen heeft grote maatschappelijke gevolgen, geen woning betekent vaak: geen werk, geen uitkering, dakloos worden.

Dit alles veroorzaakt grote maatschappelijke overlast en ontneemt betrokkenen elk toekomstperspectief.

Corporaties

Om de ontstane achterstand in te lopen ziet FNV weinig in particulier initiatief. Dat kijkt bijna uitsluitend naar rendement. Daarom wordt gepleit voor een grotere rol voor de corporaties, mits zij terugkeren naar hun oude doelstelling. Die hij als volgt formuleerde:

  • “Het bouwen, beheren en verhuren van kwalitatief goede woonruimte met een betaalbare huur voor mensen met een smalle beurs”.
  • Economie

Het bouwen van woningen is een aanjager van de economie als geheel. Dat is zeker belangrijk in slechtere tijden. Economen gaan er vanuit dat 1 bouwvakker staat voor 7 arbeidsplaatsen in de toeleveringsbedrijven.

Door het achterblijven van de woningbouw in de laatste jaren was de arbeidsmarkt voor bouwvakkers zo slecht dat er geen opleidingen meer plaatsvonden. De mensen die we nu nodig hebben, zijn niet meer beschikbaar en moeten van elders worden gehaald.

Paul van der Heijden sloot af met een drietal oproepen:

  • Maak plannen en voer ze uit. Aan plannen op papier heeft niemand wat.
  • Gemeenteraad zorg dat de achterstand snel wordt weggewerkt.
  • Bouw op basis van de samenstelling van de bevolking in Lelystad.

70% van de mensen die in bedrijven produceren vallen in het lagere loonsegment.

Barry Porsius vertelt dat hij niet zoveel te maken heeft met woningbouw. Wel met zaken die het wonen, in welke vorm dan ook, aantrekkelijk maken.

Dan gaat het om de bereikbaarheid van de stad, de werkgelegenheid en het voorzieningenniveau in de breedste zin. Denk aan winkels, horeca, maar ook zorg. Kortom al die zaken die voor een goed woonklimaat onontbeerlijk zijn.

De stad heeft een lage autonome groei. Er is sprake van vergrijzing. Wellicht dreigt krimp. Groei van buitenaf is dus noodzakelijk.

Lelystad heeft de uitgesproken ambitie te groeien naar 100.000 inwoners. Dat is nodig om een goed voorzieningenniveau te bereiken en te behouden. Inzetten op woningbouw moet, maar dan ook met oog voor de kwaliteit daarvan.

Lelystad heeft veel te bieden: rust, ruimte en water. Toekomstige bewoners worden benaderd met gerichte campagnes. Op maat gemaakt voor de doelgroepen die we hier graag willen hebben.

Dat moet lukken, gezien de stelling waarmee Barry Porsius zijn betoog afsloot: Lelystad biedt veel voor weinig geld.

Werkgroepen

Na de inleidingen werd een vijftal werkgroepen gevormd. De werkgroepen werden voorgezeten door mensen uit diverse organisaties:

Marian Grondman (gemeente Lelystad)

Kim Punt en Sander Paasman (Stichting Welzijn)

Paul van der Heijden en Dieuwke Postma (Lokaal FNV Lelystad)

Zij kregen ter beantwoording door de werkgroepen de volgende vraag mee:

“ Welke drie punten uit de inleidingen en de naar voren gebrachte stellingen zou je zeker in de nieuwe Woonvisie opnemen”.

De voorzitters van de werkgroepen rapporteerden na afloop van de discussie mondeling aan alle deelnemers. De discussie bleek zich niet beperkt te hebben tot de drie punten uit bovenstaande vraag. Alles wat ook maar enigszins met wonen te maken heeft kwam aan de orde.

Turven op basis van de mondelinge rapportage, de ingeleverde “kladblaadjes”  en een geluidsopname leverde een omvangrijke lijst met trefwoorden op.

Het is bijna onmogelijk uit al die trefwoorden die in de vijf werkgroepen herhaalde malen in verschillende contexten werden genoemd een hitlijst maken. Toch doen we een poging.

Hieronder na veel puzzelwerk de top drie:
  1. Nieuwbouwproductie omhoog
  • Maar dan wel in een goede mix. 70% huur is genoemd, in verband met de bevolkingssamenstelling. Anderen vonden 50% huur en 50% koop een goede mix.
  • Huurwoningen moeten wel betaalbaar zijn.
  • Bouw moet doelgroep gericht zijn ( bijvoorbeeld ouderen) en vooral levensloopbestendig.
  • Er moet vooral oog zijn voor de huidige bewoners van de stad
  • Kwaliteit moet hoog in het vaandel staan

2. Leefbaarheid

  • Vanzelfsprekend werden in dit verband de klassieke begrippen “ schoon, heel en veilig” genoemd.
  • Maar veel aandacht moet er ook zijn voor woongedrag. Slecht woongedrag vormt een toenemende belasting voor buurten.
  • Er moeten voldoende voorzieningen komen in goede relatie tot de samenstelling van de buurt.

3.  Balans

Opvallend is dat er veel discussies waren over onderwerpen die niet zo direct in een getal zijn uit te drukken. Misschien mooi verwoord door de dagvoorzitter Jop Fackeldeij: “ Wonen is meer dan in de gemeenteraad praten over 30/70”.

Het ging dan vooral over zaken als:

  • Verhouding tussen koop en huur moet in balans zijn
  • Idem tussen diverse woningtypes en woonvormen
  • Voorzieningen moeten in een goede mix zijn afgestemd op de buurt
  • Er moet gewerkt worden aan verscheidenheid in de buurten, zodat ze een eigen karakter, een bepaald imago krijgen
Conclusie

Een van de doelstellingen van de conferentie was een start te maken met de discussie over thema’ s die een plek zouden moeten krijgen in de nieuwe Woonvisie van de gemeente.

Dat is zeker gebeurd. Er is haast hartstochtelijk gediscussieerd over de vele onderwerpen die de mensen dagelijks raken. Ook was er het besef dat het belangrijk is om aan die discussie over de Woonvisie deel te nemen.

Bij de afsluiting van de conferentie is van de zijde van de HVOB toegezegd alle deelnemers te benaderen op het moment dat de concept Woonvisie er ligt. Dat gaan we zeker doen. Er is door de deelnemers van de conferentie voldoende materiaal aangedragen om van de discussie over de Woonvisie een succes te maken.